 |
Tot
zijn verdediging kan ik aanvoeren dat hij niet alleen te maken heeft
met zijn eigen idealen (= nog harder), maar ook met de verschillende
wensen van de zaaleigenaar, de musici en het publiek, al heb ik
tot nu toe nog niemand uit die groepen horen zeggen dat ze het zo
heerlijk vinden om met een fluit in de oren een concert te verlaten.
Vooral als je je geluidsmensen niet zelf inhuurt, ben je de klos.
Ik heb eens met een bandje meegedaan aan de Grote prijs van Nederland.
Dat was wel het ergste dat ik ooit heb meegemaakt op dit gebied.
Alle knoppen stonden wijd open, zodat er een volkomen ongedifferentieerde,
gehoorbeschadigende en vervormende hoop ellende uit de speakers
denderde. Bij dit soort volumes wordt het bijna onmogelijk om muzikaal
te spelen. Dynamiek verschillen bijvoorbeeld vallen in het water,
want het verschil tussen oorverdovend hard en snoei hard valt niet
echt op.

Bert Kers, drummer, komt
met een paar aanvullingen (waarvoor dank): als het even kan, laat
je dan niet in een hoek drukken, waar de akoestiek vaak minder goed
is. Als je het kunt vermijden om op een (hoog) podium te spelen,
kies dan voor spelen in de zaal, tussen de mensen, waar het geluid
meestal (veel) beter is.
Zie ook: de reactie van twee technici op dit ironische stukje en
klik hier

|
De akoestiek
Als
je regelmatig in het schnabbelcircuit meedraait, kom je steeds weer
in zalen met een tegelvloer, betonnen muren en veel glas. Erger
kan haast niet voor de contrabas, je prachtige geluid wordt een
ongedifferentieerde brei. Ik neem daarom zoveel mogelijk (ook) mijn
gitaar mee, dan heb je veel minder last van de akoestiek, en al
kijken veel jazz schnabbelaars wat neer op de gitaar en eisen ze
soms van me dat ik contrabas speel, het blijft natuurlijk in ieders
belang dat het basgeluid te pruimen valt. Het mooiste vind ik de
akoestiek in jazzcafé de Spieghel in Groningen op de eerste
verdieping, vooral op het podium zelf. Daar geniet ik altijd het
meest van mijn basgeluid, prachtig werkelijk. Veel hout en een laag
plafond, echt ideaal voor ons bassisten.
Waarom dit stukje? Omdat ik een belangrijke waarheid heb ontdekt
(door schade en schande wijs geworden): hoe zachter je in zalen
met een vreselijke akoestiek speelt, hoe minder beroerd het klinkt;
hoe minder groot de brei en hoe beter je jezelf en je medespelers
kunt horen. Bovendien kan je publiek ook nog een beetje genieten
van je muziek, wat anders niet het geval is. Als je contrabas speelt,
is het dus in jouw belang om er bovenop te zitten en je medespelers
te dwingen tot een laag volume. Jij bent als eerste de klos als
je dat niet doet. Je hebt al zoveel moeite om je medespelers te
onderscheiden in die lelijke muur van geluid die op je afkomt, maar
jezelf horen onder deze omstandigheden is zelfs een gigantische
prestatie. Als ik mag kiezen, speel ik liever basgitaar dan contrabas
in dit soort zalen, want de basgitaar heeft een duidelijker geluid. Als je met een PA werkt en iemand achter de knoppen hebt staan,
moet je onder deze omstandigheden wel héél assertief
zijn om niet een vreselijke avond te hebben. Om de een of andere
reden geldt het volgende voor de man achter de knoppen in Nederland.
|
De man achter de knoppen
| * |
Hij
draagt een zwart T-shirt en een zwarte broek. |
| * |
Hij
is beresterk, heel vriendelijk en nooit te beroerd om wat voor
je te sjouwen. Doe hier je voordeel mee! |
| * |
Hij
houdt van grote mengpanelen met zoveel mogelijk knopjes en veelkleurige,
flikkerende lampjes. |
| * |
Hij
vindt dat het geluid harder moet. Dit geldt wat hem betreft
vooral voor de drums en de gitaar. Hij gelooft oprecht dat het
publiek dit ook wil - hij heeft echt het beste met ons voor
wanneer hij onze trommelvliezen verscheurt bij het verzorgen
van het geluid van een piano triootje of zo. |
| * |
Als
het geluid of de balans goed is, draait hij net zo lang aan
alle knopjes totdat het alsnog een ramp is. De reden daarvoor: |
| * |
Hij
kan niet van de knopjes van zijn mengpaneel afblijven. Hij is
natuurlijk niet voor niets komen opdraven, hij weet wat hem
te doen staat en het is zijn verantwoordelijkheid om het geluid
beter en harder te maken (zo denkt hij). |
| * |
Omdat
hij chronisch ontevreden is over het geluid, blijft hij ongelimiteerd
investeren in nieuwe apparatuur. Daar houdt hij echt nooit meer
mee op! De man achter de knoppen is dan ook meestal arm, maar
hij is wel de trotse eigenaar van een heleboel prachtige knopjes
en lampjes, die hem vele duizenden Euro's hebben gekost.
|
|