
Niels-Henning Orsted Pedersen |
Ik
hoop dat dit verhaal je enigszins aan het twijfelen heeft gebracht
en dat je niet meer klakkeloos aanneemt wat iemand je probeert te
vertellen over techniek. Doe dat ook niet met mijn verhaal. Ieder
mens is anders, heeft een ander lichaam, een ander gehoor, en iedereen
heeft zijn eigen beperkingen en zijn eigen sterke kanten. Het kan
best zijn dat technieken die ik hier propageer, totaal niet bij
je passen en andere technieken, die mij onhandig toeschijnen, perfect
geschikt zijn voor jou. Misschien moet je wel helemaal zelf ontdekken
wat een goede techniek is voor jou en word je alleen maar geremd
door verhalen van anderen.

Jaco Pastorius
Er is hier op het basforum een discussie
geweest over Charly Haden, die een op het eerste gezicht buitengewoon
onhandige en krachtenverslindende wurggreep toepast met zijn linkerhand.
Maar wel een dijk van een sound en op het forum werd de opvatting
verkondigd dat die sound veel te maken heeft met de techniek die
hij toepast (al zal ik hem niemand aanraden). Ik heb veel tijd verloren
door verhalen te geloven over de ideale techniek; pas toen ik mijn
eigen oplossingen ging bedenken, schoot mijn niveau omhoog. Je zult
het misschien niet geloven, maar Coltrane heeft ook tijden geprobeerd
om als Charly Parker te klinken. Dat kreeg hij niet voor elkaar.
Gelukkig is hij daarna zijn eigen opvattingen gaan uitwerken en
heeft hij zijn eigen sound ontwikkeld! Dus ga na of een aanbeveling
werkt voor jou en anders smijt je hem onmiddellijk in de prullenbak.
 Charlie Haden |
Snel spelen
Een
volgende wijd verbreide mythe: als je snel wilt leren spelen, moet
je veel oefenen in héél langzaam spelen.
Er
is natuurlijk niets tegen op langzaam spelen, het is vaak heel nuttig om na te gaan hoe je je vingers neerzet en hoe je toon klinkt. Maar als je snel wilt leren spelen, moet je oefenen door snel te spelen.
Waarom?
Ten eerste moeten je hersens eraan wennen, ten tweede moet je leren
ontspannen terwijl je snel speelt en ten derde vereist snel spelen
het aanleren van nieuwe technieken.
1. Hoe sneller je speelt, hoe sneller er noten voorbijkomen en hoe
sneller je dus ook moet kiezen welke noten je nu weer gaat spelen.
Vooral bij snelle noten in snelle ritmes krijg ik weleens het gevoel
dat ik aan duizend dingen tegelijk moet denken. Misschien hebben
jouw hersens daar geen moeite mee, maar die van mij moeten telkens
een tijdje wennen aan het spelen in een hoger tempo dan ik voorheen
gedaan heb. Ik zet thuis tijdens het oefenen vaak een metronoom
aan, waarbij ik de tikken opvat als klinkend op de 2e en 4e tel
van een 4/4 maat. Daar ga ik dan bij soleren of een begeleidingspartij
spelen, het ligt eraan waar ik zin in heb. Op deze manier is het
mogelijk om heel gecontroleerd op snelheid te oefenen. Ik zet de
metronoom bijvoorbeeld op 145 en ga dan soleren, zodat ik het spelen
van achtste noten kan oefenen op dat tempo in een bepaald akkoordenschema.
Volgende week zet ik hem weer op een wat snellere stand, enz.
2. Omdat je alles zo snel moet doen, en dus heel wat eisen aan jezelf
stelt, kun je makkelijk gespannen raken. Een van de taaiste oorzaken
van spanning is volgens mij faalangst, die voor een groot deel onbewust
is. Juist als je iets moet spelen waarvan je denkt dat het moeilijk
is, komen er (deels onbewuste) gedachten in je op als: Wat moeilijk!
Dat lukt me nooit! |
Deze gedachten veroorzaken spanning, waardoor
het onmogelijk wordt om te spelen wat je van plan was. (Zie Les
1: Ontspannen) Gevolg: je verkrampt. Om snel te leren spelen,
zit er dus niets anders op dan bewust te onspannen. Als je veel
last hebt van faalangst, is het goed om te gaan affirmeren, een
techniek die ik in les 56 behandel.
Het
is trouwens veel makkelijker om snel te spelen wanneer je denkt
in noot sequenties. Je bedenkt dan niet zozeer losse noten, maar
langere frases. Het voordeel daarvan is dat je van een heleboel
noten al weet dat je ze zult gaan spelen, zodat je beter je rust
kunt bewaren en ontspannen blijven.
3. Hoe wil je je snelle noten laten klinken? Staccato, als een machine
geweer? Legato? Met een duidelijk attack, of juist niet? Op al deze
manieren? Je zult voor al je wensen oplossingen moeten bedenken
en nieuwe technieken moeten toepassen. Je kunt deze technieken uitsluitend
vinden door snel te spelen, dat lijkt me duidelijk...
De attack is ook belangrijk voor de helderheid van wat je speelt.
Ik heb gemerkt dat mijn tonen duidelijker worden naarmate ik de
stand van mijn hand verander. Als ik de hoek van mijn hand ten opzichte
van mijn gitaar wat groter maak, klinkt mijn attack percussiever
en klinken vooral de hele snelle tonen duidelijker. Ze klinken duidelijker
omdat mijn toon wat dunner wordt en omdat ik niet meer mijn vingers
op de volgende snaar tot rust laat komen. (Dit laatste is een techniek
die ik zelf verzonnen heb en die ik behandel in basles
4.) Dat mijn toon iets dunner wordt als ik de hoek wat groter
maak, vind ik bij snel spelen dus een voordeel. Bij lange noten
niet, dan verander ik de stand van mijn rechterhand weer, zodat
de hoek kleiner wordt. Als je de aanslag wat minder percussief en
voller wilt laten klinken, kun je die hoek dus wat kleiner maken.
Ook kun je meer 'vlees' gaan gebruiken bij het aanslaan. Daarmee
bedoel ik dat je (aanslag)vinger meer paralel met de snaar houdt
en meer van de lengte van de vinger gebruikt bij het aanslaan. Je
kunt je toon daarmee wat voller maken, wat met name in de duimposities
prettig is in het gebied dichtbij de kam, waar de toon anders wel
erg kort en ploink-ploinkerig wordt. Je hoort minder attaque, maar
dat is niet zo erg in die posities, vind ik zelf. |