
Ray Brown |
Soms is het mooi om, wanneer je van G7 naar C majeur loopt, een
lang aangehouden Db te spelen. Dus als je van G7 naar C majeur
loopt, speel je bijvoorbeeld G F E Db, om de
volgende maat weer met een C te kunnen beginnen.
Daarmee suggereer je tri-tone-substitutie.
Ik zal, als laatste onderdeel van deze les, in het kort uitleggen
wat hiermee wordt bedoeld. Laten we het G7 akkoord weer als voorbeeld
gebruiken. Dat akkoord bestaat uit de noten G B D
F. Van deze noten zijn de B en de F het belangrijkste; de
ters en septiem bepalen de sound van dit akkoord. Speel maar eens
het hele akkoord en vervolgens alleen de B en de F, dan begrijp
je wat ik bedoel. Nu nemen we het Db7 akkoord onder de loep. Het
heeft de tonen Db F Ab B. Met andere woorden,
wat bij het eerste akkoord de terts is, is bij het tweede de septiem
en omgekeerd. Het blijkt nu vaak heel mooi klinken om in plaats
van een G7 een Db7 te spelen en omgekeerd. We zeggen dan dat we
een akkoord hebben gesubstitueerd. In de jazz wordt dit vaak toegepast,
bekijk maar eens een aantal akkoordenschema's met deze kennis in
je achterhoofd.
Dit zijn slechts een paar van de mogelijkheden die je hebt. Na verloop
van tijd en veel geëxperimenteer ontdek je talloze andere mogelijkheden.
Dus pak die bas en ga lekker spelen!
 Gary Peacock |
Lopende bas
Iedereen
kent deze manier van begeleiden uit de jazz. Als je lopende
bas speelt, speel je de tonen van het akkoord dat op dat moment
gespeeld wordt. Deze akkoord noten verbind je met elkaar door gebruik
te maken van de tonen van de toonladder die op dat moment relevant
is. Het is de bedoeling dat je dit zo doet, dat je naar
het daaropvolgende akkoord loopt op een manier die logisch klinkt.
Vroeger werd je als bassist zelfs verondersteld om zo logisch naar
het volgende akkoord te lopen, dat de solist het akkoordenschema
niet eens hoefde te kennen; dat hoorde hij wel door naar de bas
te luisteren. Een eenvoudig voorbeeld: als je in de toonladder van
C speelt en van G7 naar C majeur loopt in een 4/4, zou je bijvoorbeeld
kunnen spelen: G F E D, zodat je op de eerste
tel van de volgende maat weer bij de C kunt beginnen.
In sommige jazz stijlen zul je je echt aan dit principe moeten houden
om je niet het afgrijzen en de woede van bandgenoten op de hals
te halen. In een swing orkest of Dixieland bandje bijvoorbeeld. Overigens zul je je in die laatste
stijl nog meer in moeten perken: veel meer dan het spelen van de
grondtoon en de kwint zit er voor een bassist vaak niet in, al kun
je ook in deze stijl af en toe wel versieringen spelen door op bovengenoemde
manier naar het volgende akkoord toe te lopen. Maar in de beperking
herkent men de Dixieland meester; vaak is het beter om zo weinig
mogelijk te spelen.
|
Noten die mooi klinken zijn lang niet altijd de grondtoon
van het akkoord op de eerste tel van de maat. Dat kunnen andere
noten van het akkoord zijn, bijvoorbeeld de terts of de septiem,
maar ook noten die niet eens in het akkoord thuishoren. Wat dat
laatste betreft: als je bijvoorbeeld als laatste noot van de maat
de noot speelt een halve toon boven of onder het volgend akkoord,
klinkt dat eigenlijk altijd goed als je op de eerste tel van de
volgende maat de grondtoon van het akkoord speelt dat volgens het
schema in die maat thuis hoort. De meeste vrijheid met lopende bas spelen heb je in wat meer eigentijdse
jazz. Ik geloof niet dat er al een term is uitgevonden voor de manier
waarop tegenwoordig jazz wordt gespeeld met een lopende bas; mensen
blijven deze muziek meestal Hard Bop of Neo Bop noemen of iets dergelijks.
Een
van de veranderingen die in ons voordeel werken als jazzbassist in deze stijl, is dat we nu van onze medemuzikanten mogen verwachten dat ze het schema kennen en dat we ons niet langer uitsluitend hoeven bezig te houden met onze rol als aangever. We kunnen kiezen voor een meer muzikale benadering en noten spelen
die de muziek harmonisch en melodisch verrijken. Dit verruimt ook onze mogelijkheden als improvisator; als aangever speel je hoofdzakelijk cliché's – waar trouwens niets op tegen is. Je hebt nu veel meer vrijheid om de noten te spelen die in je opkomen.
|