
Ik ben op mijn veertigste contrabas gaan spelen, na 18 jaar basgitaar gespeeld te hebben. Veel mensen zouden dit een te rijpe leeftijd vinden om met een nieuw instrument te beginnen, maar ik hoop te bewijzen met mijn spel dat dit soort opvattingen onzin zijn!
Toen ik 22 jaar was, kwam Chick Corea met zijn allereerste Return to Forever formatie in de pittoreske schouwburg van Groningen spelen, een stad waar ik aan verslaafd ben geraakt; ik woon er nog steeds. Overijverige douanebeambten hadden het complete instrumentarium van deze band in beslag genomen, zodat ze moesten spelen op geleende spulletjes van de enige min of meer professionele muziekzaak die Groningen in 1974 rijk was. Die winkel (het Noorder Muziekhuis), die niet meer bestaat, had hen goedkope spulletjes geleend zodat Stanley Clarke en Chick Corea regelmatig de grootste pret hadden over de sound van het bocht waarmee ze zaten opgescheept. Maar ondertussen speelden ze wel de sterren van de hemel! Iedereen die bij dit concert aanwezig is geweest, was zwaar onder de indruk. Nog jaren later werd erover gesproken. De band speelde echt fenomenaal.
Enorm onder de indruk van het spel van Stanley besloot ik dat ik ook bas wilde leren spelen en dat ik zo hard zou gaan studeren dat ik net zo virtuoos zou worden als Stanley. Ik was toen 22 jaar. Ik studeerde 6 tot 7 uur per dag, maar virtuoos werd ik niet zo snel tot mijn spijt, het leek wel alsof al die uren nergens bleven. Toch richtte ik na twee jaar fanatiek oefenen mijn eerste (salsa)band op, Bapao (die naam kwamen we tegen toen we in de pauze van een repetitie een cafetaria binnenliepen op de menukaart – het is namelijk de naam van een wat mij betreft vrij melig indisch broodje dat bijna niemand meer eet tegenwoordig). Niemand speelde destijds salsa in Nederland, behalve wij, Salsa d'Amsterdam en nog een band waarvan ik me de naam niet meer kan herinneren. Gevolg was dat we overal optredens kregen, alle zaaleigenaren waren nieuwsgierig wat dit nu weer voor muziek was en boekten ons. Ik had 2 a 3 optredens per week en leefde ruim van die inkomsten. Dit terwijl ik zelf ook wel wist dat ik nog nauwelijks bas kon spelen; dat was blijkbaar niet van het allergrootste belang. |
Ik bleef vrij veel oefenen, maar (misschien wegens teveel blowen) bleef mijn progressie beperkt; het schoot niet op. In die periode kocht ik een contrabas, een Duits geval dat jaren op een vochtige woonboot had gestaan en nergens naar klonk, maar wel goedkoop was. Ik ging muzieklessen volgen aan de muziekschool, maar na een tijdlang zes uur per dag gestreken te hebben, kwamen die lessen mijn neus uit.
Volstrekt gedemotiveerd liet ik de contrabas na enige tijd links liggen. Toen een vriendin hem vervolgens omver liep, zodat er twee dikke barsten in het bovenblad kwamen ter hoogte van de stapel, kom me dat eigenlijk niet eens zoveel schelen. Het was toch niks voor mij, die contrabas, dacht ik. Ik heb hem nog wel naar een contrabasbouwer gebracht over wie ik goeds gehoord had. 'Hopeloos', zei hij, 'die contrabas valt niet te repareren'. Gelaten accepteerde ik zijn oordeel.
Na vele jaren kreeg ik een relatie met de heerlijke vrouw met wie ik tegenwoordig ook getrouwd ben, mijn grote liefde Maja Hamoen. Maja's broer, Dirk Jacob Jamoen, is een uitstekende vioolbouwer en ook contrabasbouwer en reparateur. Toen hij mijn contrabas zag, wist hij meteen dat hij hem prima kon repareren. Dat leek me een prima idee: de contrabas repareren en dan meteen verkopen – want mijn motivatie om contrabas te spelen was nog steeds nihil en ik kon het geld goed gebruiken. Ondertussen was ik veertig jaar.
Dirk Jacob Hamoen heeft die contrabas gerepareerd en ook nog eens mooie dingen gedaan met de klank en bespeelbaarheid. Toen hij klaar was, had ik de contrabas op een gegeven moment thuis om hem te gaan verkopen. Ik speelde er natuurlijk wat op voor de lol – en toen ben ik onverhoopt verliefd geworden op dat instrument. Ik ben dus pas op mijn veertigste serieus met de contrabas begonnen. Ik heb die contrabas niet verkocht, maar ben er fanatiek op gaan studeren!
|

Hotel Baumgarten - het bestaat echt!
Dat doe ik nu onderhand 17 jaar. Toen ik op mijn 22ste met basgitaar begon, vonden veel mensen dat een bedenkelijk hoge leeftijd. Het idee leeft dat als je niet van jongs af aan op een instrument speelt, het nooit iets kan worden. Ik kan me nog herinneren dat ik in die tijd eens sprak met een gitarist die 35 was en die me vertelde dat hij zo vooruitgegaan was op zijn instrument. Ik was vreselijk verbaasd dat dit überhaupt kon op die leeftijd! Ik dacht dat als je de dertig passeerde, groei op je instrument tot het verleden behoorde. Dat idee verwijs ik graag naar de prullenbak. Meestal wordt gezegd dat je niet virtuoos kunt worden op je instrument als je het niet al op zeer jonge leeftijd bespeelt. Onzin!
Zoals ik het nu zie, zijn er twee mogelijkheden als je een instrument gaat bespelen.
1. Je bent een natuurtalent. Binnen de kortste keren kun je technisch veel en hoor je veel. Mensen die al vroeg zo'n hoog niveau hebben, kunnen best verder groeien, maar dat gebeurt lang niet altijd. Dat is waarschijnlijk helemaal niet erg; ze spelen toch al prachtig?
2. In een andere categorie horen de mensen die rustig blijven studeren en verder groeien met het verstrijken van de jaren. Misschien speelden ze de eerste jaren matig, maar ja, als je maar blijft oefenen en elk jaar beter wordt, ben je na een heleboel jaren natuurlijk wel flink opgeschoten. De truc is om te blijven studeren, elke dag weer, en om steeds nieuwe dingen te vinden om je niveau te blijven verhogen. Die methode werkt! Ik hoor zelf in deze categorie.
Dit stuk is dus niet alleen een verhaal over mezelf, maar ook een aanmoediging voor al degenen die op een latere leeftijd contrabas willen gaan spelen. Ik krijg regelmatig e-mails met de vraag of dat nog wel zin heeft. Ja dus! Doen!!
Wat mijn muziek betreft: ik heb niet stilgezeten en heb in de loop der jaren 7 CD's opgenomen, die je kunt vinden op mijn discografie pagina. Overigens zitten er flink wat nieuwe CD's in de koker.
Binnengekomen zonder navigatie? Klik hier
|