|
Eindelijk
gebeurt er eens een keer iets op het gebied van trekharmonicaspel
in Nederland. Diverse omringende landen kunnen pronken met goede
harmonicaspelers die het aandurven om een eigen weg te bewandelen
in de muziek. De Nederlandse scene lijkt zich vast te klampen aan
eenvoudig repertoire dat letterlijk nagespeeld wordt. In plaats
van te klonen hebben Peter Pot en Arie van Lienen zich een duidelijke
eigen stijl aangemeten. Enkele jaren geleden
vond ik hun optreden voor het conservatieve harmonicawereldje al
gedurfd. Nu in trio maakten ze een nog gewaagdere cd. Nectar staat,
op één enkele traditional na, vol met eigen composities.
Zoals
Riccardo Tesi in de inlay al zegt, is deze vernieuwende muziek verrassend
en origineel. Het geluid van de Castagnari trekharmonica's voert
de boventoon terwijl contrabassist Philip Baumgarten voor de diepte
zorgt. Ondanks dat de man steeds aanwezig is, vind ik zijn rol wat
dunnetjes. Deze bassist mag best hier en daar wat meer op de voorgrond
treden door middel van een solo. Maar niet geklaagd, de muziek van
Pot, van Lienen en Baumgarten leeft van het begin tot het einde.
"Nectar" ligt niet direct makkelijk in het gehoor, maar
naarmate de speelbeurten, valt er heel wat te ontdekken. Stuwende
begeleidingen en turbulent samenspel staat in contrast met meeslepende,
vol warme klanken gevulde melodieën. De composities van Pot
en van Lienen zijn doordacht en worden vol overgave uitgevoerd:
Deze muzikanten zijn één met hun instrument. Daar
doe ik mijn petje voor af!
Ron Janssen
(
Frans tijdschrift)
Een trio van twee trekzakken en
een contrabas. Mooie muziek, waarin je de invloed van Riccardo Tesi
herkent, en die herinneringen oproept aan de 'Trans-Europe-Diatonique'
van feu Silex. Thema's. improvisaties, variaties. Virtuositeit en
muzikaliteit. We hopen dat we naar ze kunnen luisteren op de festivals.
| Nieuwsblad
van het Noorden |
Weinig
geluiden doen zo regionaal -en traditioneel- aan als de trekharmonica.
Bij Peter Pot en Arie van Lienen echter (Philip Baumgarten is de
bassist) kijken de trekzakjes flink over de grens.
Getuige de metrische avonturen waar het trio zich in begeeft heeft
men behoorlijk elders rondgeneusd. Het openbaart zich in fel stuwend
werk, dat in de versierende ritmiek ook nog eens behoorlijk alternatief
is. Naar analogie van barok versus romantische muziek: dit spul
is ritmisch een stuk interessanter dan de doorsnee rap. |
Jaren
heeft de Nederlandse trekzakwereld er naar uitgekeken, maar nu is
hij er dan eindelijk: de eerste cd van Arie van Lienen en Peter
Pot. Inmiddels spelen deze grensverleggende harmonicavirtuozen als
trio, met de bassist Philip Baumgarten, maar de harmonica's spelen
toch nog duidelijk de hoofdrol. Bij eerste beluistering viel de
cd me tegen, waren de verwachtingen dan toch te hoog gespannen?
Nee, het is gewoon geen makkelijk toegankelijke muziek. Bij iedere
keer draaien ga ik hem mooier vinden. Het spel van Arie en Peter
is zeer verzorgd, en je kunt horen dat ze al zo lang samenspelen,
zo goed is het op elkaar afgestemd. De Castagnari's combineren heel
goed met elkaar, het klinkt soms als één instrument.
De bas van Philip Baumgarten is op zijn fraaist als hij freestyle
gaat.
Op één na alle stukken zijn eigen composities. Peter
Pot is experimenteler dan Arie van Lienen. Zijn stukken zijn vaak
op ritmische ideeën gebaseerd, met heel veel dynamische verschillen.
Vlinders is een mooi voorbeeld, en wat mij betreft één
van de sterkste nummers. Het gevaar van dit soort composities is
wel dat ze vooral een demonstratie van techniek worden. Maar mede
door de heldere productie blijft het toch steeds muziek. Bij Arie
van Lienen staat de melodie meer
voorop. Nectar en De Witte Ballon zijn typische melancholieke Van
Lienen-tunes. Het zijn melodieën om heerlijk bij weg te dromen,
ware het niet dat de spannende arrangementen je toch klaarwakker
houden. Emiel is een knappe suite van Arie's hand, met wisselende
maatsoorten.
Met alle respect voor het lef om zelf te schrijven: persoonlijk
vind ik de enige traditionele melodie, Les Noto, een Macedonische
7/8-dans, één van de meest aansprekende stukken van
de cd. Maar, om met Riccardo Tesi te spreken: 'Deze muziek is vernieuwend,
vol ideeën en verrassingen, goed gespeeld en goed geproduceerd.
Ik hou van artiesten die risico's nemen bij het zoeken naar originele
muziek, artiesten die iets persoonlijks hebben te vertellen. Mijn
complimenten.' Nogmaals, neem de moeite om deze muziek te doorgronden,
het is de inspanning waard.
Mark Benjamin
(wereldberoemd
trekharmonicaspeler uit Italië)
De trekharmonica en de traditionele muziek zijn de laatste decennia
herontdekt door een nieuwe generatie musici. De traditie is belangrijk
omdat zij de basis vormt voor nieuwe muziek. Daarom verwelkom ik
de cd van Pot, van Lienen & Baumgarten zeer. Deze muziek is
vernieuwend, vol ideeën en verrassingen, goed gespeeld en goed
geproduceerd. Ik hou van artiesten die risico's nemen bij het zoeken
naar originaliteit, artiesten die iets persoonlijks te vertellen
hebben. Mijn complimenten!
|
(Accordeontijdschrift
België)
We zijn gewoon aan deuntjesmuziek uit Nederland, maar dit is een
nieuwe wind. Reken deze cd maar bij de betere. Twee diatonische
trekzakken en een jazzbassist zorgen voor een trendy uitgave. Veel
nieuwe ideeën, maar ook veel invloeden vanuit alle hoeken van
Europa. Sommige leuke vondsten zouden iets meer aan bod mogen komen
en verder uitgewerkt worden. Maar dat kan voor een volgende keer
zijn. Oordeel niet op de eerste indruk. Deze cd wordt beter naarmate
je er meer naar luistert en dat is een eigenschap van veel originele
en goede muziek. Een aanrader!
JDo
(Website
U.S.A.)
Peter Pot, Arie van Lienen en Philip Baumgarten vormen samen een
trio van twee trekzakken en een contrabas. Ze blazen traditionele
muziek nieuw leven in en bouwen op deze muziek voort. Op dit album
spelen zij eigen nummers, geïnspireerd op Franse volksmuziek
en volksmuziek van de lage landen, waarbij van meer improvisatie
sprake is dan gebruikelijk in dit soort muziek. Soms wordt er zelfs
veel geïmproviseerd, zoals in het nummer 'Kuierje'. Het stuk
begint met een eenvoudige, volksmuziekachtige melodie, waarop bassist
Baumgarten met een solo begint. Dit verandert de muziek totaal,
want hier is sprake van een jazz solo, die helemaal niet aan volksmuziek
doet denken. Dat geeft een heerlijke spanning totdat de trekzakken
uiteindelijk de beginmelodie spelen.
Op andere nummers, zoals 'Emiel', bestaat er spanning tussen de
twee verschillende delen van de compositie. Het stuk begint met
een eenvoudig melodielijntje dat doet denken aan de Franse Balmusette
muziek. Dan komt er een Keltische reel. Maar al na een paar maten
speelt Baumgarten een solo die naar de bop neigt, terwijl de trekzakken
een strak ritme spelen onder de bas. de spanning lost op wanneer
de trekzakken de Keltische melodie nogmaals spelen.
Andere stukken zijn wat eenvoudiger, zoals 'Voor Jeanne', dat Duitse
invloeden lijkt te herbergen. Het titelnummer heeft geen ingewikkelde
ritmische overgangen. Het is gewoon een prachtige melodie, een van
die eenvoudige melodieën waartoe mensen soms geïnspireerd
worden en waarbij elke noot helemaal raak is. De instrumentale muziek
van Nectar is de taal van intieme, Europese cafés, van (familie)
feestjes in huiselijke kring. Het is folk revival muziek die niet
al te intellectueel klinkt.
Aaron Howard |