| Het Parool, 14 maart 2008 |
Accordeons over liefde, een whiskey tankende Brit – en Saskia
De hoofdrolspelers zijn 2 trekharmonica's. De grote bijrol is vergeven aan de contrabas. Het muzikale trio Peter Pot, Arie van Lienen & Philip Baumgarten bracht gisteravond het nieuwe album Speeldoosje ten gehore in het Parool Theater tijdens de accordeonslag. een avond vol melancholie, maar ook opzwepende melodieën bleven niet achterwege.
Wanneer het nummer Spaanse Peper klinkt, dartelt in gedachten een charmante francaise in een bloemenjurk rond. Breed glimlachend en met een ondeugende blik in haar ogen beweegt ze door smalle straatjes, verwonderde blikken achter zich latend. Trekharmonicaspelers Pot, van Lienen en bassist Baumgarten vertellen verhalen over de liefde, een whiskey drinkende Brit, de schemering en de maan.
Het drietal heeft uiteenlopende muzikale achtergronden. Daardoor ontstaat een mix van Franse, Keltische, klassieke en jazzy muziek.
Bassist Baumgarten zorgt voor de jazz en Pot voor de experimentele sound door zijn ritmische improvisaties. Van Lienen laat op zijn beurt het publiek wegdromen met langgerekte melodieën. Dat doet hij ook met het lied Saskia. Hij sluit dan zijn ogen, gaat volledig op in zijn moment en laat het kleine instrument spreken. 'Dit is zijn nummer, hij schreef het toen hij dolverliefd was', vertelt Pot. 'Dat moet wel een bijzondere vrouw zijn geweest', roept een luisteraar na afloop. Van Lienen knikt verlegen.
Sarah Ozenai-Makboul
Het is een vreemde plaat, dit 'Speeldoosje', dat qua stijl nauwelijks te omschrijven is. Is het volksmuziek, jazz, licht amusement? Dit en nog meer wordt vertolkt binnen muziek waarin de trekharmonica centraal staat. Daarin schuilt het bijzondere van deze productie: het instrument wordt ingezet als middel om de verschillende muzikale opvattingen van arie van Lienen en Peter Pot - de trekharmonicaspelers - en bassist Philip Baumgarten weer te geven. De laatste komt uit de jazz en dat drukt hij uit in ritmische en experimentele accenten op contrabas en basgitaar. Het concept dat het trio hanteert, staat gharant voor vernieuwing van het trekharmonicaspel in Nederland. Doordat composities helemaal worden uitgeplozen en daarin het spel van de harmonicaspelers tegen elkaar wordt afgezet, is er sprake van een voortdurendfe evbolutie van de muziek. Dromerige passages staan daarbij in een natuurlijke lijn met opwindende en onvoorspelbare opvattingen over vrij handelen binnen muziek. Alles wordt bij elkaar gehouden door de donkere geluiden van de bassist.
Rinus van der Heijden
Hallo Peter,
Erg genoten van jullie (samen)spel: prachtige muziek, prachtig gespeeld.
Wat heerlijk dat er mensen bestaan die zulke mooie, eigen muziek uit de
trekharmonica kunnen halen. Gefeliciteerd met het uitkomen van jullie
CD "speeldoosje", alles is er mooi aan, de muziek die erop staat,
maar ook de lay-out en de teksten op de hoes!
Kortom, jullie hebben er een fan bij!!
Met vriendelijke groet,
Mirjam van Gent
In de Nederlandse folk leek lange tijd weinig spectaculairs te gebeuren,
zeker in vergelijking met buitenlanden als België. Toch blijken er
op verschillende achterhoeken van Nederland in stilte, in schuren en andere
privéstudio's, prachtige albums te zijn opgenomen. Het trio lijkt
daarbij een mooie samenwerkingsvorm die spannende dingen oplevert. In
een trio kun je je niet verschuilen in de band, maar moet alles wat je
doet ook goed zijn. Dat betekent dat je met zijn drieën steeds op
het scherp van de snede zit te spelen.
Mooi.
Als je, zoals het Fries-Groningse trio Pot, Van Lienen & Baumgarten,
ook nog eens veel improvisatie in je spel toelaat moet je wel heel goed
naar elkaar luisteren, en heel alert op elkaar reageren om het ook voor
de luisteraar interessant te houden. Op hun nieuwe cd Speeldoosje slagen
de drie muzikanten/componisten daar zeer goed in. Arie van Lienen en Peter
Pot bespelen de trekharmonica, Philip Baumgarten is de bassist. Je kunt
goed horen dat de composities, waar vaak de naam van één
van drieën achter staat, in nauwe samenwerking zijn verfijnd en uitgewerkt.
Mooie melodieuze melancholieke composities zijn het, lekker jazzy gespeeld.
De accordeonmuziek van deze drie heren is minder scherp en experimenteel
dan die van hun Belgische collega's - hier is het meer de weemoedigheid
die de muziek mooi maakt. Muziek die uit de traditie komt, maar juist
door de jazzy aanpak iets geheel eigens heeft. |

|
Het heeft een hele tijd geduurd voordat het opmerkelijke album Nectar van Pot, van Lienen & Baumgarten een opvolger kreeg. Deze muzikanten zijn trekharmonicaspelend Nederland ver vooruit. Waar andere trekharmonicaspelers zweren bij, en ploeteren op, simpele danswijsjes gaan deze heren aan de slag met inventieve en eigenzinnige composities die in vlagen doen denken aan de Italiaanse virtuoos Riccardo Tesi. Ongelooflijk wat voor een evolutie Arie van Lienen en Peter Pot hebben doorgemaakt op hun diatonische accordeons. En Philip Baumgarten voegt daar nauw bij aan met zijn bassen (contrabas en fretloze basgitaar). Dit soort virtuoze uitspattingen zijn dus niet enkel weggelegd voor muzikanten uit het buitenland. We mogen heel fier zijn op dit trio dat de meest waanzinnige muziek speelt op Speeldoosje. Alles klinkt wat losser en diepgaander dan op voorganger Nectar. Het trio is er behoorlijk op vooruit gegaan en dat merk je ook in de improvisaties, waarvoor iedere keer ruimte is uitgetrokken. De ene trekharmonicaspeler neemt de solerende rol op zich terwijl de andere een passsende en inventieve begeleiding speelt. De bassist maakt het geheel af en rond met jazzy baspartijen. Grote favoriet is het door vArie van Lienen gecomponeerde Luce delle luna, waarin een waanzinnig mooie melodie de boventoon voert. Maar ook Teacup Whiskey, Speeldoosje en Tango voot Tjerk (waarin ik Kepa Junkera-invloeden hoor) zijn de meest aantrekkelijke composities. Maar feitelijk zegt dat weinig over de overige tracks, want die zijn idem een lust voor het oor. Alle composities hebben een kop en een staart en zijn degelijk uitgewerkt. Waar een vergelijkbare groep als Tref het vooral van Machowerk moet hebben, zijn Pot, van Lienen & Baumgarten veel gevarieerder en transparanter. Arie van Lienen houdt duidelijk van rond gespeelde composities, terwijl Peter Pot in zijn composities meer de diepte in gaat, Philip Baumgarten daarentegen heeft een voorkeur voor jazzinvloeden. Een veelzijdig trio met een enorme muzikaliteit. Petje af voor Speeldoosje, want hiermee mogen Pot, van Lienen & Baumgarten zich met hun speeldoosjes zeker op de buitenlandse podia vertonen.
Ron Janssen
Speeldoosje gevuld met de prachtigste harmonicamuziek door Pot, van Lienen & Baumgarten
Hoe is het ontstaan, die typische Pot, van Lienen & Baumgarten stijl?
Muzikaal hebben Peter Pot en Arie van Lienen elkaar ontmoet in 1992. De verschillen tussen beide trekharmonicaspelers zijn enorm en zeer duidelijk. Arie, de gevoelsmens, uit zich in melancholische, Frans en Keltisch georiënteerde muziek. Peter, de ex-drummer, is altijd op zoek naar het experiment en de spanning in de muziek. Voeg daarbij bassist Philip Baumgarten die in 1996 van het duo een trio maakte en hun stijl is evident, maar blijft zich ontwikkelen. Toen verscheen vijf jaar terug hun cd 'Nectar' die aardig wat stof deed opwaaien. Een veel geprezen werk waarin doordacht samenspel, virtuoze, sprankelende, spetterende of juist melancholieke, dromerige muziek elkaar afwisselen. Het was een inspirerend voorbeeld voor menig harmonicaspeler. Was 'Nectar', met fraaie composities als 'Droom', 'De Witte Ballon' en 'Nectar' vernieuwend, de nieuwe cd laat zien dat het nóg sprankelender, opener en spannender kan.
'Speeldoosje' bevat allemaal eigen composities van Arie van Lienen, Peter Pot en Philip Baumgarten. De nummers ontstaan meestal uit een basisidee. Vervolgens gaat dat idee door de 'Pot, van Lienen & Baumgarten - molen'. Ieder voegt zijn ideeën toe en de verschillen in stijl doen de rest. Dit trio is een team- de optelsom van de afzonderlijke ideeën is altijd beter dan het oorspronkelijke idee. Een nummer wordt een tijd gespeeld en blijft net zolang veranderen tot het 'geslepen' is tot de essentie en dan zou je het nummer af kunnen noemen. Maar het blijft leven.
'Speeldoosje' ontleent zijn naam aan een compositie van Philip. Een jazzy melodie, waar elke bassist zijn vingers bij aflikt. Maar ook een nummer waar Arie bijkans zijn vingers op breekt, als hij probeert het op zijn 'speeldoosje' te spelen.
Hoe anders is de Keltisch aandoende compositie met zijn Italiaanse naam: 'Luce della luna'. Deze ode aan de maan werd nietalleen door Arie uitgedrukt in een compositie, ook werd hij tot beeld gebracht in de cd-hoes. Trouwens, de kenmerkende verschillen in stijl van de drie muzikanten komen ook in de vormgeving tot uiting. De gehele cd-hoes is ontworpen en geïllustreerd door Pot, van Lienen en Baumgarten zelf. |
Peter
Pot, Arie van Lienen en Philip Baumgarten combineren twee diatonische
trekharmonica's met een jazzy bas. Ze maken knappe instrumentale muziek,
die je zou kunnen omschrijven als genreoverschrijdende akoestische experimentele
folk met jazzy trekjes. In hun twaalf eigen composities en improvisaties
hoor je net zo goed flarden uit tango als uit de westeuropese tradities.
Evengoed stuwend spel als tranentrekkend lyrisch. Het album loopt
over van de fraaie thema's waarmee creatief wordt omgesprongen. Ritmisch
is het verrassend afwisselend.
Ze komen van hier, spelen accordeon, maar verwacht geen doodgewone
Hollandse deuntjes. Nee, de aanpak en stijl van Pot, Van Lienen &
Baumgarten sluit eerder aan bij de creatieve jonge diatonische trekzak-richting
die afgelopen jaren in België is ontstaan en die dan weer geïnspireerd
is op Franse trekzakwizards als Marc Perone en Bruno Letron.
Om nog een referentie te geven: Als midden in het nummer Bacio vanuit
een dromerig thema wordt omgeschakeld naar een ritmische passage, lijk
je plots beland in de wereld van de Italiaanse accordeongrootheid Riccardo
Tesi. Niet enkel vanwege het stuwend accordeonspel, maar ook vanwege de
percussie op de klankkast van de heerlijk slepende fretloze bas en op
de accordeons. Zoals ook in Saskia, een van de mooiste composities, een
prachtig Tesi-achtig thema virtuoos wordt uitgewerkt. Het gevoelige spel
op de twee Castagnari's smelt naadloos in elkaar en Baumgartens bassnaren
vibreren stilletjes van emotie.
Speeldoosje is compleet instrumentaal. Het is een boeiend album geworden.
Net als je vreest dat het toegankelijke thema in Luce Della Luna wat licht
uitvalt, slaat Van Lienen toe met wat dissonantjes. Soms klinkt overduidelijk
iets dansbaars, maar het stoeien met ritmes maakt dit album ongeschikt
om op te dansen. Net als je dat vaststelt blijk je als freestyler toch
uit je bol te kunnen gaan bij een springerige Carousel, of even verderop
bij de plots opduikende reggaegroove van de bas. En heeft het zwierige
Skimer aanvankelijk iets van een Mazurka, maar... dan wordt er weer ingebroken
in de ritmiek. Zoals je in de super dansbare Spaanse peper uit moet kijken
niet te struikelen over een lekkere jazzy improvisatie op contrabas.
Speeldoosje is het tweede album van dit Nederlandse trio. Peter Pot en
Arie van Lienen ontmoetten elkaar muzikaal in 1992. Van Lienen uit zich
als gevoelsmens meer in melancholische muziek terwijl oud-drummer Pot
ook op de diatonische accordeon experiment en spanning zoekt. Contrasten
die de zoektocht naar een eigen stijl ten goede komen. Als dan vier jaar
later de jazzy impuls komt van bassist Philip Baumgarten, ontstaat de
sound die in 1999 voor het eerst wordt vastgelegd op de cd Nectar. De
aanvankelijk herkenbare traditionele roots spelen nu in 2006 steeds minder
een bepalende rol in hun geheel eigen warm en inventief geluid.
Ook de invloed van de bassist is met drie composities groter dan destijds.
Waar hun innovatieve stijl in het buitenland al langer gebruikelijk is,
zijn Pot, Van Lienen & Baumgarten voor Nederlandse begrippen sterk
vernieuwend bezig. Internationale klasse!
Henk - Waardering 8,5
De CD Nectar van Arie van Lienen, Peter Pot en Philip Baumgarten
deed aardig wat stof opwaaien bij de start van dit millennium. Een veelgeprezen
werk waarin doordacht samenspel, virtuoze, sprankelende, spetterende of
juist melancholieke, dromerige muziek elkaar afwisselen. Was Nectar, met
fraaie composities als Droom, De Witte Ballon
en Nectar vernieuwend, de nieuwe CD Speeldoosje
laat zien dat het nòg sprankelender, opener en spannender kan.
Persbericht/bewerkt door Eduard Bekker
4 april 2006
Speeldoosje bevat allemaal composities van dit opmerkelijke
trio. De nummers ontstaan meestal uit een basisidee. Vervolgens gaat dat
idee door de Pot, Van Lienen & Baumgarten machine.
Ieder voegt zijn ideeën toe en de verschillen in stijl doen de rest.
Dit trio is een team: de optelsom van ideeën is altijd beter dan
het oorspronkelijke idee. Een nummer wordt een tijd gespeeld en blijft
voortdurend veranderen. Op een bepaald moment zou je het nummer af
kunnen noemen, al blijft het voortdurend veranderen.
Jazzy
Speeldoosje ontleent zijn naam aan een compositie van Philip.
Een jazzy melodie, waar elke bassist zijn vingers bij aflikt. Maar ook
een nummer waar Arie bijkans zijn vingers op breekt, als hij probeert
het op zijn speeldoosje te spelen.
Hoe anders is de Keltisch aandoende compositie met zijn Italiaanse naam:
Luce della luna. Deze ode aan de maan werd niet alleen door
Arie uitgedrukt in een compositie, ook werd hij verbeeld in de CD-hoes.
Trouwens, de kenmerkende verschillen in stijl van de drie muzikanten komen
ook in de vormgeving tot uiting. De gehele CD-hoes is ontworpen en geïllustreerd
door Pot, Van Lienen en Baumgarten zelf.
Peter Pot en Arie van Lienen ontmoetten elkaar muzikaal in 1992. De verschillen
tussen beide trekharmonica-spelers zijn enorm. Arie, de gevoelsmens, uit
zich in melancholische, Frans en Keltisch georiënteerde muziek. Peter,
de ex-drummer, is altijd op zoek naar het experiment en spanning in de
muziek. Toen bassist Philip Baumgarten in 1996 het duo versterkte, was
de weg naar de typische Pot, Van Lienen & Baumgarten stijl snel gevonden.
|